Onze Notre

Het toeval wil dat ik nu in Parijs ben. Luttele kilometers van een monument dat ik telkens als ik op familiebezoek ben, oversla. Niet omdat het me niet trekt, maar omdat het tijdloos leek. Het staat er vandaag, het staat er morgen, het staat er de volgende keer dat ik hier ben. Ik bezoek liever mijn favoriete macarons kunstenaar in Le Marais. Vervolgens door naar de Nespresso zaak op het begin aan de Champs-Élysées voor de beste koffie. Mijn seizoensgebonden wandeling langs de Seine kan beginnen. Langs de aders van deze stad, stroomt geluk mij binnen. Ik heb een routine elke keer dat ik hier ben. Vandaag, morgen, de volgende keer.

Door Mohamed Khalil

Men zegt dat het zijn van een Parisien niet betekent dat je er bent geboren. Parisien ben je als je er bent herboren. Een prachtig gezegde gelet op de letterlijke vertaling van het woord renaissance. Ik vond hier zoveel. Ben praktisch gezien opgegroeid in Disneyland. De taal gaf me een van mijn eerste woorden. Ik vond hier comfort in kunst. Parijs en kunst gaan samen als croissants en roomboter. Onlosmakelijk verbonden met elkaar als de vele verhalen die Parijs rijk is. Een daarvan leerde ik kennen dankzij Disney. Dat simpele stenen beelden tot leven kunnen komen, is bewezen door een van mijn jeugdvrienden: Quasimodo van de Notre Dame, de klokkenluider die op Beloken Pasen werd gevonden.

Het is de trots van Parijs. Laat de Tour Eiffel, Du Louvre en l’Arc de Triomphe. Erfgoed is wat je meegeeft middels verhalen. En dat deed Disney. Het gaf de Notre Dame een verhaal. Een die we onze kinderen mee kunnen geven. Hoe uiterlijk nooit een goed hart zal overschaduwen en hoe de juiste gemeenschap ervoor zorgt dat we dat realiseren.

In een wereld van kapitalisme schuilt echter het belang van het voorkomen. Het gezicht, het gelaat. Het is wat mijn neefjes en hun generatie in deze stad zeggen over Parijs: “Personne ne connait ton vrai visage” (niemand kent jouw echte gezicht). Het is een waarschuwing naar toeristen, maar spreekt boekdelen over hoe gevaarlijk een mini jupe en rouge à lèvres (mini rok en rode lippenstift) kunnen zijn. Je voorkomen, maakt je nog niet echt en soms is het simpelweg bedrog.

De miljoenen vanuit alle hoeken van rijk Frankrijk stromen binnen voor Notre Dame. Het verantwoordelijkheidsgevoel en het probleem zit denk ik in het woordje ‘notre’ (onze). Individuen doneerden letterlijk honderden miljoenen. Tuurlijk is het heel makkelijk om te zeggen dat het geld beter kan worden besteed. En laten we eerlijk zijn, dat kan het meer dan zeker. Het verven van de verbrande wanden van het monument wordt gebruikt voor het polijsten van het gezicht van de groten der groten.

Ik neig altijd wel naar het filantropische als ik miljoenen zie verschijnen. Men had immers één middag nodig om over te gaan tot het doneren. Ik mis deze daadkrachtige aanpak wanneer het even niet om ‘notre’ issues gaat. De gele hesjes zetten Parijs wekelijks in emotionele vlammen bijvoorbeeld. Waar blijft de besluitvaardigheid in die kwestie? Niet dat de rijken zich daarmee moeten bemoeien, maar niemand die hier geraakt wordt door een snelle wet om dat probleem te blussen. Maar wat vonden we het prachtig toen we zagen dat een gebouw gered kon worden.

Ondertussen zijn mijn laatste slokken koffie koud en verdwijnt de zoete nasmaak van de macarons. Bitterheid wint het even. Misschien is het de koffie, misschien is het niet meer kunnen slikken van misplaatste gulheid met een dubbele agenda mij te veel geworden. Ik denk het laatste. Wellicht weet men tijdens mijn bezoek aan Parijs aankomende zomer wel waar het geld nodig is. On verra.