Lawyer on the Beach

Als rechtenstudent zit je in theorie altijd met je neus in de boeken. In praktijk vertaalt zich dit meestal naar minimaal vier weken niets doen en dan in een week drie papers schrijven en voor minimaal honderd euro aan samenvattingen bestellen, met een gemiddelde hartslag die hoger ligt dan die van een hamster met een paniekaanval.

Natuurlijk, er zijn mensen die hun werk wél goed verdelen. Mensen die de stof bijhouden, de boeken lezen en hun huur betalen van het geld dat ze hebben bespaard door die samenvatting gewoon zelf te schrijven.

Er zijn ook mensen die eerstgenoemde tactiek toepassen, maar die volwassen genoeg zijn om hun rustmomenten in te plannen door te gaan wandelen, door een steady ochtend- en avondroutine te hebben en door op gezette momenten met vrienden af te spreken en de volgende dag katerloos weer de boeken in te duiken.

En dan zijn er mensen zoals ik. Mensen die tot de laatste dag uitstelgedrag vertonen, die een uur voor een tentamen nog tabjes in hun wettenbundel moeten plakken en die hun IQ daarnaast graag nog een paar punten omlaag halen door hun kostbare tijd te verspillen aan reality-tv.

Het geeft een soort superioriteitsgevoel om naar de conversaties in programma’s als Ex on the Beach te luisteren. Dingen zijn toch makkelijker goed te praten als je bedenkt dat je op dit moment ook dáár had kunnen staan. Voor hetzelfde geld was je de rechten-versie van Imke en verkondigde je na een kwartet waarvan heel Nederland vanuit alle hoeken kon meegenieten dat je ‘je wel schaamt, omdat je toch voor advocaat studeert’. Dag carrière.

Maar nee. Hier zit je. Braaf op de bank. Je toekomstige kantoor heeft geen idee hoe je billen eruitzien, je moeder is nog best tevreden met wat je doet en zelfs je rode lippenstift zit op je lippen in plaats van drie centimeter daarboven.

Dat je essay een uur voor de deadline uit honderd woorden bestaat in plaats van uit duizend, doet daar niet aan af.

You go girl.