Houd de deur op een kier

Van kleins af aan worden we doodgegooid met vragen over wat we later willen worden, met “voetballer!”, “astronaut!”, “acteur!” als meest voorkomende antwoorden. Op een iets latere leeftijd slaat de realiteit in. Je hebt twee linkerbenen, hoogtevrees en claustrofobie en je kunt de lessen drama op de basisschool missen als (melk)kiespijn. Geen droevigere herinnering aan je jeugd dan die ene keer dat je in groep 6 een ‘breng je papa’s werk naar school’ dag moest verteren. Bankier, advocaat, manager, je gaapte de les voorbij.

De roze wolk zie je tijdens dat lesuurtje van tint veranderen. Rooskleurig wordt het niet meer besef je je, en wat overblijft is nostalgie naar de tijd waarin je dacht dat alle banen alleen spannend en cool waren. Maar wat nu? Je kijkt naar wat je vader en/of moeder doet. Misschien duwen ze je geleidelijk en subtiel naar een richting waar zij van vinden dat die het beste voor je is. Die van mij koppelden het aan mijn karakter als kind. Ze hadden ook gewoon gelijk. Als kind kon je me niet heel warm of koud krijgen door kinderlijke dingen, maar als ik iets onrechtvaardigs meemaakte of zag, dan schoot mijn temperatuur omhoog. Dus: de advocatuur in, jurist worden, misschien zelfs rechter. Dát zou mij gelukkig gaan maken.

En zo braaf als dat ik was, verdiepte ik me in daarin. Als een sneltrein in een tunnel over een spoor zonder schakel racete ik naar het licht aan het einde: rechten. Studiekeuzes werden gemaakt, maar het uitvoeren ervan was een tweede. De studie was goed en georganiseerd, maar grijs. Interessant, maar creativiteit dodend. Soms een verademing, maar alles behalve adembenemend. Afhaken was echter geen optie, immers: het zou mij gelukkig moeten maken.

Je komt aan het einde van een pad. Tunnelvisie was je enige vorm van richtingsgevoel. Aan het einde van de tunnel zie je naast het licht ook een zee van ruimte. Misschien is er meer? De twijfels sluipen erin. Opties komen naar voren en vergelijkingen worden gemaakt. Ik was juist daardoor ten einde raad, door een overschot aan opties die leuker, beter, groter leken (of zelfs waren). Misgunnende rechtenstudenten, louche advocaten, flinke dosis aan elleboogpraktijken, je weet wel: the usual. De advocatuur werd even op een zijspoor gezet.

Maar als ik één ding wil meegeven aan studenten van welke studierichting dan ook, dan is dat dat je deuren met opties nooit zomaar moet sluiten. Wat de status quo hier ook van zegt. Probeer het uit voordat je de deur achter je dichtslaat. De advocatuur wilde ik, na een aantal jaren achter de schoolbanken, achter me laten. De deur die op een kier stond, wilde ik dicht smijten om er nooit meer naar om te kijken. Niets voor mij, dat wereldje.

Althans, dat dacht ik. Na de afgelopen acht weken als student-stagiair bij een top-15 advocatenkantoor gooi ik de deur weer wagenwijd open. Wat ik zag, hoorde, voelde, meemaakte, alles stond haaks op wat ik eerder dacht en voelde bij de advocatuur. Het was gemoedelijk, passievol en diepgaand. Ik probeerde het slechts uit als belofte aan mezelf om voor de laatste keer te kijken of ik wellicht ooit verder wil komen dan alleen de deuropening. Ik mag ze wel bedanken daar, want ik heb er een nieuw dilemma bij. De deur staat nu weer gapend open en als ik zo terugdenk aan mijn tijd als stagiair, dan weet ik wel zeker: ik zal nooit om de advocatuur gapen.