Het Pact van Marrakesh pakt

Immigratie is hot topic. Zodanig dat de rechtse politieke partijen het er maar heet van onder de voetjes krijgen. Ze voelen als hete kolen aan, die rechten voor immigranten. Je gaat ervan dansen en springen, zo heet zijn ze. Maar ze zullen er toch aan moeten geloven, die rechtse partijen van ons, ze zullen de dans niet ontspringen. En dit allemaal in een rode hete stad waar niet gestopt wordt met dansen: Marrakesh.

Het heeft de laatste tijd de revue gepasseerd, het pact (The Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration) is ook in ‘rechtenwereld’ erg besproken geweest. Ik moet bekennen dat we dit te danken hebben aan de tegenstanders van het pact. Want, zoals bij elk politiek punt, zijn er voor- en tegenstanders. Bij het VN-migratieakkoord werd namelijk een vraagteken gezet achter de gevolgen voor de soevereiniteit en de juridische binding van de ondergetekenden. Goed punt Hongarije, Oostenrijk, de VS (verrassing, verrassing), Polen en meerderen. Gaan we onderzoeken, kost alleen wel een maandje. Houden de zolen dat vol?

Premier Rutte heeft hierom een inlegvelletje toegevoegd. “Wij doen mee, MAAR” staat hier dus op. We zijn vóór de veilige en ordelijke mondiale migratie, maar de vlam slaat in de pan als de immigranten denken dat ze extra rechten krijgen. Over de juridische binding valt echter veel te zeggen, staatssecretaris Mark Harbers is er immers al een maand mee bezig. Op z’n minst is het een moreel en politiek engagement en bovendien zal je moeten waken voor bepaalde rechtspraak die de bindende koorden strakker zullen zetten. Natuurlijk staat er in het pact dat het juridisch niet bindend is, maar bepalingen die zien op de omgang met vluchtelingen en migranten zijn uiteraard gedragsnormen die men dient te eren. 

Maar hé, eren, dat moet men ook doen bij onze grenzen! Ik ben zelf niet echt iemand die waarde hecht aan grenzen. Het is symboliek voor mij, abstract, nietszeggende deuren die gesloten zijn met een sleutel die bekrachtiging krijgt door een andere taal, cultuur en wet. Een slot dat open te maken is met dezelfde soort sleutel. “Assimileren of em peren.” Ik zie landen en grenzen als gebieden die open moeten staan voor anderen.

Niet om in te nemen, je zou het niet moeten kunnen toe-eigenen en dus kun je het ook niet verliezen of delen. Eigenaar ben je van iets dat je koopt, waar je iets voor tegenover hebt gezet. Je bent niet meer of minder, omdat je toevallig ergens geboren bent. Ik zie fronsende wenkbrauwen en schuddende hoofden bij immigratie als het hedendaagse equivalent van gevestigde handen om het handvat van een zweep uit het slaventijdperk. Geen gelijke in ernst uiteraard, maar beide behoeven verandering en zullen op ten duur behoren tot de geschiedenis. Neem van mij aan, als we ooit overgrootouders mogen worden, dan zullen onze achterkleinkinderen ons confronteren met fronsende wenkbrauwen van verbazing en schuddende kopjes waar teleurstelling vanaf te lezen is: “Deden jullie daar toen moeilijk over?”

Schaamrood op de kaken in Marrakesh, de rode stad voor hen die niet zullen tekenen. Laten we het gewoon doen, met een inlegvelletje dat we uitsluitend binnen onze eigen ‘grenzen’ bespreken. Niemand die hoeft te weten hoe moeilijk we doen om een stel niet-juridisch bindende gedragsregels aangaande zorg en gelijkheid.