Gespreksstof

Hoe langer het hele coronagedoe duurt, hoe lastiger het wordt om een gesprek te voeren.

Als je zo’n anderhalf jaar geleden een bekende tegenkwam op straat, ging het gesprek ongeveer zo:
Jij: ‘Zo, en wat doe jij dit weekend?’
Bekende: *noemt alles wat op jouw bucketlist staat plus acht feestjes*
Jij, lichtelijk jaloers omdat jij maar zes feestjes hebt: ‘Oh, leuk.’

Tegenwoordig zien de weekendplannen er wat anders uit. Waar ik eerst mijn best deed om kaartjes te bemachtigen voor een festival, zit ik nu in alle vroegte op de website van de Action om op tijd te reserveren zodat ik twintig minuten kan rondlopen tussen goedkope troep. Het erge is dat het opeens ook gerechtvaardigd lijkt om al die goedkope troep te kopen, want ‘ik kom toch bijna nooit meer in de winkel’. Dat ik de hele dag bezig ben met online shoppen, laat ik voor het gemak maar even buiten beschouwing.

Toen ik dit weekend een kwartier mocht rondlopen in een échte winkel (een kledingwinkel, woehoe!) kon mijn dag niet meer stuk. Ik voelde me als een kind dat voor het eerst snoepjes ging kopen, maar toen ik mezelf over de stapel kleding op mijn arm in de spiegel van het pashokje bekeek, werd ik overvallen door een melancholisch gevoel.

Ik ben Nienke, ik ben 21 jaar oud, ben student en het hoogtepunt van mijn weekend was kleding passen in een pashokje.

Zo, dat is eruit.

En wat heb jij gedaan?