Geld boven menselijkheid: een onverwachtse schaamte.

Doen of nalaten. Beide gedragingen worden gekwalificeerd als daad wanneer een onrechtmatige daad case wordt ontleed. De reden hierachter ziet op het feit dat je als mens gebonden bent aan bepaalde gedragsnormen in bepaalde situaties. Even een luchtig voorbeeld: wordt de koter van de buurman in elkaar getrapt door je kleine broertje en roep je ‘Worldstar!’ terwijl je met de iPhone camera iedere uitgedeelde klap volgt omdat je een social media reputatie hoog te houden hebt? Dan pleeg je een onrechtmatige daad. The issue at hand? Onze uitzendbureaus zijn niet alleen goed in het filmen, maar ze schijnen ook een stevige rechterhoek te hebben. De klap komt als een suckerpunch onder de riem.

De redacteuren van Radar vermomden zich als werkgevers die nieuwe werknemers zochten. Dit mochten echter geen Turken, Surinamers en/of Marokkanen zijn. Daar hadden ze immers slechte ervaringen mee. Zulke werkgevers, meestal zelf niet moeders scherpste, bestaan natuurlijk in onze samenleving. We accepteren ze, mensenliefde, liefde voor onze medelanders, hetgeen ons Nederlands maakt. Doen we dus niet moeilijk over. Wat echter niet wordt geaccepteerd is de 47% van de uitzendbureaus die actief meededen en de 14% die nalieten ‘nee’ te zeggen tegen de arbeidsdiscriminatie. Doen of nalaten, de een erger dan de ander, maar met een onrechtmatige ondergrens. Ga je schamen medelander, en diep.

Het idee van een paar Kamerleden om de uitzendbureaus aan de schandpaal te nagelen is schattig, maar ik opteer voor een regressievere aanpak. Naming and shaming is een moderne en door social media effectieve manier van straffen, maar een probleem dat van oudsher ingenesteld zit, behoeft geen moderne straf of aanpak. De resultaten van het onderzoek van Radar zijn namelijk geen ongelukkige uitspraken van de medewerkers die toevallig de telefoon op dat moment opnamen. Het zijn patronen: antwoorden voortvloeiende uit jarenlange soortgelijke verzoeken, bedrijfsculturen en zodoende benadeling van etnische groepen die slechts op zoek zijn naar een optie om deel te nemen en toe te voegen aan deze gedeelde maatschappij. Wees bij het tot je nemen van dit onderzoek dan ook niet naïef door te denken dat het de eerste keer was dat een dergelijke vraag werd gesteld of dat er geen ongeschreven regels van bovenaf zijn voor soortgelijke verzoeken.

Geld boven menselijkheid. Het wordt nog onze ondergang. De reden waarom er ‘ja’ of ‘zelf weten’ tegen de verzoekers werd gezegd, ligt natuurlijk geheel in lijn met het brood op de plank aan het eind van de maand. Behaal de target, houd de baan, ontvang het salaris. Het is kinderlijk eenvoudig hoe de vicieuze cirkel hierdoor intact wordt gehouden. Nederlandse Marokkanen, Turken of Surinamers zitten in een spiraal. Een waar het gros aan de slag wil en kan, maar niet mag en vervolgens het labeltje uitkeringstrekker of nietsnut krijgt. Een sticker die je niet op mensen plakt en jij ook zeker niet verdient, meneer of mevrouw de uitzendbureau medewerker.

De kinderachtige nalatigheid en instemming van de uitzendbureaus doen me denken aan de favoriete discussie van mijn basisschoolleraren: ‘Maar ik deed toch niets meester? Nee, dat is het nu juist Mohamed, je deed niets.’ Maar een volwassen woord gun ik deze ridicule situatie niet. Ik heb het te doen met zij die benadeeld worden door het gedachtegoed dat ertoe leidde dat uitzendbureaus discrimineerden. Maar wat zijn die bureaus toch zielig. Al die in het verleden door jullie werkloos gehouden Nederlanders met Marokkaanse, Turkse of Surinaamse komaf behouden nog altijd hun eigenwaarde. Een goed dat jullie voor altijd kwijt zijn. En dat voor een heel lage prijs.

Meestal wijd ik in mijn columns altijd een alinea of twee aan de juridische achtergrond en complexiteit van een probleem of gebeurtenis. Zo tracht ik lading en nuance aan mijn frustratie te geven alvorens ik mijn boodschap overbreng. Het smaakt echter bitterzoet dat ik dit voor deze column niet nodig acht. Enerzijds weet ik dat ik niemand hoef uit te leggen hoe in strijd met alle wetten, verdragen en menselijkheid deze discriminatie is. Zoet dus. Maar anderzijds ligt het ó zo bitter op mijn tong dat we dit anno 2018 nog steeds de revue zien passeren. Ik hoopte zo dat dit ondertussen passé zou zijn, de smaak is er allang uit. Wat overblijft is schaamte.

Reacties

reacties