Geen maneschijn door de bomen

Nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen: gelukkig is mijn verjaardag en alle daaromheen draaiende festijnen maar eens per jaar. Eens de mooiste periode van het jaar voor mij en velen anderen, is een uitje realisme geworden. Een spiegel wordt ons voorgehouden, onze slechtste kant wordt geaccentueerd en wordt duidelijk voor hen die durven te kijken. Mijn verjaardag en de periode eromheen brachten mijn mooiste herinneringen naar boven. De meesten zo warm, dat december voelde als augustus. De meesten zo aangenaam, dat het vroege vallen van de avond als een deken van gemoedelijkheid over de daagse zorgen voelde. Mijn verjaardag nu staat in schril contrast met mijn verjaardag van toen. Mijn verjaardag, die precies op 5 december valt.

Vroeger toen mijn verjaardagsfeestje een regenboog aan verschillende kleuren en culturen produceerde als je langs ons raam liep. De voordeur geopend, de armen wijdt en het hart alles behalve gesloten: een baken van licht en verwelkoming. Dat is voor mij het thuisgevoel. Een gevoel dat ik eenieder gun. Een gevoel dat dichtbij is voor eenieder. Het enige wat je nodig hebt, is de wil om te accepteren en om de ander te zien. Probeer het.

Een gevoel dat ik totaal kwijt ben als ik de woorden Zwarte Pieten-discussie hoor. Opeens is het -10 graden Celsius, worden voordeuren in een rits achter elkaar dichtgeslagen en blaast de daardoor versnellende windvlaag de kaarsen uit. Het is een duister fenomeen. Maar de ironie wil dat dit juist veel helder maakt. Wij zijn als land helemaal niet klaar voor maatschappelijk verbonden feiten. Voor argumenten, voor verschillen. We zijn een pasgeboren hert dat zich op dun ijs bevindt. Alles wat voor onrust zorgt brengt ons tot onze knieën. En dat terwijl we zo ver zijn gekomen. Onze tolerantie is ons grootste erfgoed, maar een dat onderhoud van ons vergt.

We hebben de Tweede Wereldoorlog overleeft. De grote toestroom aan broodnodige gastarbeiders en hun kroost werden voor velen onze wel gewaardeerde mede-Nederlanders. We kwamen dichterbij elkaar in plaats van dat we ons door de zoveelste Wilders-uitspraak lieten verdelen. Maar nu? Kinderen wijzen ons de les, een stel nu veroordeelden blokkeren de snelweg, grondrechten gedwarsboomd door voetbalhooligans. Luisterende oren en compromis sluitende handen worden ingeruild voor gebalde vuisten of erger zelfs: 45 graden gestrekte armen. En waarom? Omwille Zwarte Piet.

Mooi niet dus, het gaat niet om een karikatuur of een bijrol vervullende pion in een kinderfeest. Wie dat stelt deelt mee in de malaise en ziet de grondoorzaak niet. Het gaat erom dat een groep dat als minderheid in de maatschappij gezien wordt, een mening heeft dat wordt onderbouwd met harde stellingen uit onze gedeelde geschiedenis en de andere groep zich aangevallen voelt door de vermindering van een bepaalde vorm van bewegingsvrijheid en de confrontatie dat het betreffende kinderfeest niet perfect was. Ik ga geen rechter spelen tussen deze partijen. Ik toets dit formeel, niet materieel. Ik kijk naar protesteerders, ik kijk naar de reacties, ik kijk naar wat dit doet met ons als volk doet.

Mijn conclusie is dat een bepaalde groep terrein aan het verliezen is. Je kunt als rechtenstudent of als rechtsgeleerde of simpelweg als een van een hartslag en een stel hersenen voorziend karkas niet anders concluderen. Een deel is al door de rechter bestempeld als wetsovertreders en een ander deel van de aanhang heeft zich in Eindhoven al van hun beste kant laten zien. Hun hoop is gevestigd op de aanhang die wel het dialoog aan willen gaan. De groep die het niet waagt om grondrechten te ondermijnen, de groep die durft te zeggen dat de historie hieromtrent klopt, maar zij het niet kunnen slikken en daarom standvastig willen vasthouden aan een mooie traditie met een schrijnende historie. Want meer is het niet mensen, het is een traditie van positiviteit met een negatief en walgelijk geschiedenisverhaal.

 

Een slecht verleden is normaliter motivatie voor een betere toekomst, voor groei, gebruik dat.

 

Het had ons gesierd als we nadat er voor ons gedegen onderzoek is verricht naar de origine, het eens konden worden. Het had ons gesierd als we ons konden afzetten van iets dat Nederland niet meer wil zijn en in de spiegel durfden te kijken. Het had ons gesierd als we de deuren en oren weer openden. Het had ons gesierd als we ons na alles wat we samen als maatschappij hebben meegemaakt niet lieten verdelen door een kinderfeest dat wordt gevierd door de jongste en de meest pure groep van onze samenleving. Het had ons gesierd als we ons gedroegen als volwassenen.