Etnisch profileren 2.0.

Met Sylvia Wernaart-Sanders, onderzoeker Lectoraat Opvoeden voor de Toekomst, Fontys Hogeschool Pedagogiek

Wil je potentiële drugshandel of gebruik bestraffen of agressieve uitingen tegengaan? Ga dan eens surveilleren bij een concert van Boef, Je Broer of een gemiddeld hardstyle-feest. Wil je rijden onder invloed tegengaan? Zorg er dan voor dat je concertbezoekers van Metallica of Slipknot goed in de gaten houdt. En wil je suïcide voorkomen: de fans van Ilse DeLange kunnen waarschijnlijk meer hulp dan gemiddeld gebruiken! 

Etnisch profileren: het roept nogal wat emotie op in ons land. Eerder schreef mijn gewaardeerde collega hier al een indrukwekkend stuk over op deze site. We weten allemaal dat huidskleur of ethische achtergrond er niet toe leiden dat iemand crimineel wordt. Omgevingsfactoren zoals opvoeding, educatie, leefmilieu en arbeidskansen daarentegen spelen aantoonbaar een veel grotere rol. Maar ja, die factoren kun je zo moeilijk zien wanneer je als politieagent een verkeerscontrole uitvoert. De verleiding om dan dus etnische achtergrond te laten meewegen, omdat je vermoedt dat bovengenoemde factoren onder deze mensen soms problematisch kunnen zijn, is groot. Een ethische achtergrond kun je immers vaak in een oogopslag zien en daardoor is het mogelijk snel te handelen. Treurt niet: wij hebben een net zo praktisch alternatief gevonden wat ongetwijfeld tot veel minder ophef zal leiden en net zo effectief is: beoordeel iemand op de muziek die uit de luidsprekers schalt of de concerten die hij/zij bezoekt.

In Nederland hebben we een bijzonder hoogleraar popmuziek (Tom ter Bogt). Onder zijn supervisie hebben inmiddels diverse promovendi onderzoek gedaan naar de relatie tussen grensoverschrijdend gedrag van mensen enerzijds en hun muziekvoorkeur anderzijds. Bij zijn inaugurele rede al schetste ter Bogt een interessante relatie tussen crimineel gedrag en het hebben van een voorkeur voor bepaalde muziekstromen. Hij betoogde onder meer dat onder die-hard metalfans en gangster-hip-hop liefhebbers er een grotere kans bestaat dat ze grensoverschrijdend gedrag vertonen. Ook verwees ter Bogt naar interessante studies uit onder andere de Verenigde Staten, waaruit blijkt dat het percentage zelfmoorden onder country-liefhebbers opvallend hoger is dan gemiddeld.

Deze verbanden werden later ook bevestigd in een Nederlandse context door een van zijn promovendi, Juul Mulder. Mulder betoogde dat de risicogroepen zich inderdaad onder exclusieve hiphop, techno of metal-fans bevonden, maar ook dat de zogeheten ‘omnivoren’ (mensen met een brede en intense muzieksmaak) vaker grensoverschrijdend gedrag vertonen.

Therapie?
Het goede nieuws is overigens dat volgens Mulder muziek zeker niet de oorzaak is van het negatieve gedrag. Sterker nog: een grote risicogroep bevindt zich nu juist onder mensen die helemaal niets met muziek hebben. Ook is het zo dat de mensen die bijvoorbeeld die-hard metal fan zijn juist troost vinden in deze muziek, en het haast ‘therapeutisch’ gebruiken. Wil je dus een crimineel die van metal houdt op het rechte pad brengen, dan kun je hem dus maar beter in een band laten spelen in plaats van achter de tralies zetten.

Tenslotte moet gezegd worden dat een relatie tussen crimineel gedrag en muziek net zo’n onzin is als crimineel gedrag en etnische komaf. Wederom zijn het de omgevingsfactoren in zijn geheel die van invloed zijn. Neem de hip-hop-scene: het is aangetoond dat de stereotypering van de gangster-man en de schaars-geklede sexy dame die daarbij hoort door laaggeschoolde jongeren ervaren wordt als context-bevestigend, en ertoe bijdraagt dat hij of zij zich ook naar dit stereotype gaat gedragen. Een hoger opgeleid persoon kan dit in verband zien en neemt het met een korreltje zout.

Conclusie: profileren op muzieksmaak is een vriendelijker alternatief dan etnisch profileren, en net zo’n onzin. Daarnaast lijkt het erop dat een schoolband een oplossing kan bieden voor veel problemen.