Caught in Province: wat een kinderbeul!

Met Sylvia Wernaart-Sanders

In het populaire programma Caught in Province steelt rechter Frank Caprio de show met zijn onverwachtse en onorthodoxe aanpak in kleine zaken met grote emotionele gevolgen. Zijn uitspraken gaan vaak viral en worden wereldwijd met applaus ontvangen. Met name de keren dat Caprio de kinderen van de gedaagden uitnodigt om hem te helpen in het beoordelen van een zaak springen in het oog. Ook op onze site werd hij eerder geroemd wegens zijn inspirerende aanpak. Genoeg hulde en tijd voor een kritisch geluid vanuit een pedagogische invalshoek.

Waar we als jurist zouden kunnen beargumenteren dat Caprio het recht op een originele en begrijpelijke manier aan de man brengt, en meer draagvlak creëert voor zijn uitspraken, mogen we het belang van het kind dat hiervoor gebruikt wordt niet uit het oog verliezen. In toenemende mate zien we in ons recht, al dan niet ingegeven door het Kinderrechtenverdrag, dat het belang van het kind een belangrijk gewicht moet worden toegekend in procedures die hen betreffen. Dit betekent dus ook dat juristen bereid moeten zijn verder te kijken dan een juridische redenering, en ook kennis uit andere vakgebieden moet willen gebruiken. Het lijkt me een goed idee dat ook toe te passen in de situatie dat het kind gevraagd wordt om recht te spreken.

Vanuit een pedagogisch perspectief is de aanpak van rechter Caprio ronduit verwerpelijk, en mogelijk schadelijk. Een kind heeft van nature een aangeboren loyaliteit ten opzichte van diens ouders. Hoe destructief de ouders ook zijn ten aanzien van het kind: het wil zelden gebeuren dat een kind de ouders verloochent. We noemen dit fenomeen ook wel existentiële loyaliteit. Tegelijkertijd is een kind erg gevoelig voor autoriteit. Bepaalde actoren die in de samenleving een rolmodel hebben worden op een voetstuk gezet. Het kind speelt niet voor niets graag politieagentje, doktertje of leraar. Een kind heeft een diepgeworteld verlangen om zich te identificeren met een dergelijk autoritair figuur en staat dus onder een hoge druk om het ‘goed’ te doen wanneer hij geconfronteerd wordt met –in dit geval-  een rechter.

Wat rechter Caprio hier doet, is het kind voor een haast onmogelijke opgave plaatsen: verloochen ik mijn ouders, of verloochen ik de autoritaire rechter? Wanneer je goed kijkt zie je door de sympathieke beelden heen deze worsteling zich afspelen op het gezicht van het kind.

Ten slotte komt hier nog bij dat een kind in veel rechtsstelsels niet voor niets is uitgesloten van juridisch handelen. De belangrijkste motivatie daarvoor is dat we veronderstellen dat een kind nog niet het morele besef heeft om in staat te zijn een rechtshandeling te verrichten (denk aan art. 3:32 BW). Dat is niet voor niets. Hoe onhandig is het dan vervolgens om een kind recht te laten spreken over diens ouders, met een moreel besef dat nog volop in ontwikkeling is?

Beste juristen, laten we dus niet te snel applaudisseren wanneer een uitspraak van Caprio viraal gaat en vooral even stilstaan bij wat we van pedagogen kunnen leren. Een kind vragen om de ouders te straffen is net zo onnatuurlijk als een rechtspersoon met een ziel.