Bloei onder de sterrenhemel

Ik voel het. Ik zie het. Ik hoop het. Het gat wordt gedicht. De leegte wordt gevuld. De lacune nadert volledigheid. We zijn er bijna. Het is tastbaar. We reiken erna. Een verlangen waar we niet van wisten dat we erna begeerden. Rijkdom in onze verschillen, glorie in onze overeenkomsten, vruchtbaarheid voor onze toekomst.

De reis van tientallen jaren geleden. Duizenden kilometers afgelegd door ouders en de ouders van ouders. Een afstand tussen land en land, cultuur en cultuur. Een reis met een abstracte bestemming, een droom en een belofte aan henzelf, aan ons. Kilo’s aan bagage, een rugzak om door te geven aan de komende generaties. Gevuld met doelen, gewoontes, normen en waarden. Liters aan zweet en tranen ter herinnering aan wat was en wat zal komen. Zweet uit werk, verzetten tegen hetgeen dat haaks staat en het aanpassen hieraan. Tranen uit het achterlaten van familie, uit het gemis van het thuisland, uit de onzekerheid van de toekomst.

Een warm, gastvrij, maar berekend onthaal. Hulp was gewenst, handen waren nodig. In het kielzog van een oorlog die werd gevoerd en gevoed door angst, haat en verschillen, kwamen zij. De anderen, de gasten. Nederland werd ook van hen. Ingezetenen en de nieuwelingen mochten aan de wederopbouw van dezelfde grond werken, erop zaaien en ervan eten. In harmonie, in acceptatie: een prachtige constellatie als je hen als sterren zou verbinden. Onze voorouders en ‘hun’ voorouders, het is hemels wanneer eensgezindheid ontstaat.

Hetgeen gezaaid door hen, zou bloeien tot iets dat buiten het bereik van hun invloed reikt. Het zaad werd geplant in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog: een gebroken stuk grond dat doordrenkt is in bloed voortvloeiende uit de haat achter vraagtekens. De omgeving taste de lengte, de geur en de groei aan, maar nooit de origine van het geplante zaad. Sommige zaden groeiden naar voren, sommigen naar achteren, sommigen naar links en sommigen naar rechts. Het zijn zaden die geen zeggenschap hebben gehad over waar ze werden geplant en met wie ze zouden groeien. De roots van ons hedendaagse probleem.

De vraagtekens kwamen terug, de onwetendheid kreeg ruimte en kroop zo naar plaatsen waar geen zonlicht scheen. Zij die het zaad hadden geplant zijn heengegaan. Begraven onder de grond die ons liet groeien. Met hen de harmonie, met hen de acceptatie. We vergeten de geschiedenis en reiken naar veiligheid. De kilometers afstand, de kilo’s bagage, de liters zweet en tranen. De voorouders. We zien dat we anders zijn, we zien onze grootouders en we zien hun grootouders. Maar de hemelse sterrenconstellatie die ontstond uit hun verbinding, die wordt ons door een grauwe wolk ontnomen.

De opklaring, jaren later, nadert. We zijn er. Het is te zien. Het is vanavond te zien. We hoeven er niet voor omhoog te kijken, naar het hemelse. Kijk naar de opgebloeide en volgroeide zaden voor, achter, links en rechts van ons. Allen vol verschillen, vol vraagtekens. Angst en haat maakt plaats voor nieuwsgierigheid en interesse. We groeien naar elkaar toe, we bloeien samen en zullen samen op onze nu vruchtbare grond bouwen. We graven samen, we zaaien samen, we voeden het samen. En het gat waar het zaad in ligt, dat dichten we samen.