ECLI:NL:RVS:2013:2502 (Bestuurlijk rechtsoordeel)

Bestuurlijk rechtsoordeel, 18 december 2013

ECLI:NL:RVS:2013:2502

Essentie

Het oordeel van een bestuursorgaan over de toepassing van een wettelijke regel kan niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.

Rechtsregel

In onderhavige zaak staat de vraag centraal of de brief van de minister, waarin hij aangeeft dat een wettelijke regeling niet van toepassing is, kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb, waartegen dus bezwaar en beroep openstaat.

Artikel 1:3 Awb:

1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.

3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

4. Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.
Een besluit is dus op grond van artikel 1:3 lid 1 Awb een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Wanneer een bestuursorgaan, in dit geval de minister, oordeelt over wanneer bepaalde wettelijke regels van toepassing zijn en welk bestuursorgaan deze moet uitvoeren, kan dit oordeel niet worden aangemerkt als een rechtshandeling. Dit betekent dat dit oordeel geen besluit is in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb en daarmee staat er ook geen bezwaar en beroep open. Het oordeel van de minister is slechts een mededeling.

Inhoud uitspraak 

Liander had aan de minister verzocht om te oordelen of de Nadeelcompensatieregeling van toepassing was. Op 26 januari 2010 heeft de minister gereageerd en aangegeven dat de regeling niet van toepassing is. Liander had toch per brief van 20 april 2010 verzocht om de kosten te vergoeden. Leander heeft daarna nog twee brieven gestuurd met het verzoek een besluit te nemen. Op 29 augustus 2012 heeft de minister geoordeeld dat de brief van 26 januari 2010 moet worden aangemerkt als besluit en de brief van 15 september 2011 als een bezwaarschrift tegen dit besluit. De minister heeft het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.