Zinkend talent

Het klinkt zo stabiel en doordacht, dat onderwijssysteem van ons. Ferm en gestructureerd staat het al vijf decennia als een stevig gefundeerde constructie. Er wordt gebouwd aan de toekomst van elk kind, maar wat als nu blijkt dat het grondvest van dit bouwwerk zinkend is?

Ik heb sinds mijn twaalfde altijd gezegd dat, als ik het ooit dusdanig ver zou schoppen in mijn carrière, ik er alles aan zou doen om het onderwijssysteem te wijzigen. Geen gezonde gedachte voor een 12-jarige, maar dat terzijde. We mogen in Nederland niet klagen over het onderwijs en staan als laagland hoog in de peilingen. Dit gezegd hebbende maak ik echter wel ruimte voor een kanttekening die grondslag vindt in artikel 23 van onze Grondwet. Een dijk van een bepaling.

Het artikel geeft zwembaden aan ruimte voor het invullen van onderwijs. Scholen en andere onderwijsinstanties zijn vrij om een duik te nemen zolang ze zich houden aan de schoolslag en binnen de scope van de toezichthoudende badmeester blijven. Het probleem heeft voor mij nooit gezeten bij het toezicht of de kwaliteit van het onderwijs. Mij beviel het niet dat mij werd opgelegd waar ik de schoolslag niet mocht beoefenen. Want wie mag bepalen in welk bad ik mocht duiken? En waarom mag diegene dat?

Ooit was er een wijze man die stelde dat wanneer je een vis beoordeelt op zijn boomklimvaardigheden, de betreffende vis voor de rest van zijn leven zal denken dat hij dom is. De wijsvinger in deze uitspraak wijst richting degene die deze intelligentie beoordeelt en de gevolgen van deze oordeelvelling inluidt. Hij of zij heeft tenslotte een flinke vinger in de pap als het gaat om de kansen die een kind krijgt. Ik leg mijn vinger dan ook op de zere plek van ons gestructureerde onderwijssysteem: de basisschool.

Dit is waar het allemaal begint en waar het gewin voor het oprapen ligt. Het is voor mij namelijk ronduit stupide dat de leraren die de startblokken van de schoolcarrière van een kind smeden, aan een van de laagste diploma-vereisten onderhevig zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik heb prachtige mensen als leraren gehad, maar wat zaten ze bij mij en vele anderen verkeerd. Iets wat ik hen nooit zou kunnen en willen aanrekenen. Dit zou unfair zijn gezien de expertise en het referentiekader waaruit zij oordeelden. Als ik ontevreden ben over een zeetong dat vanaf een bedje van slecht op gaarheid ingeschatte groenten me dom en levenloos aanstaart, dan zou ik een dwaas zijn om de ober hierop aan te spreken. ‘Ik wil de chef spreken!

Geachte badjuffrouw Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hier schrijft een fan én criticaster. Subjectiviteit is een gevaar als het academisch lot van een kind op het spel staat. Immers, waar de middels opleiding geleerde en beoefende objectiviteit ophoudt, daar wordt aangevuld door intuïtie en vooringenomenheid. Dit zijn ingrediënten voor verdrinkingsgevaar: de meest kalme en heldere kweekvijver zal dan veranderen in een drassig moeras waar talent in zal wegzakken.

Verloren tijd, verloren kansen, verloren ontwikkelingen. Dit ligt op de loer en mijn hoop is dat er ooit wordt ingegaan op de loer die ik hier draai. Dat het de aandacht zal aantrekken die het verdient. Wellicht heb ik een iets te losse tong en draag ik mijn hart hierop, maar mocht het mogelijk zijn dan ben ik al vanaf mijn twaalfde beschikbaar voor een goed gesprek. Dan kunnen we het eens een keer hebben over dat domme zeetongetje op mijn bord.

Reacties

reacties