Een pleidooi voor legere collegezalen

Als bezeten door een hogere macht staat de hoogleraar fiscaal recht te prediken over de afweging tussen een vlaktaks en een progressief belastingstelsel. Wat is rechtvaardiger? Wat is goed uitvoerbaar en wat doen onze buurlanden? In de collegezaal tegenover hem zit geen enkele student en in niets lijkt dat de hoogleraar te verwonderen, hij wordt aanschouwd door slechts drie ogen. Een absurd beeld, wat is hier aan de hand?

Zie hier de schets van een mijns inziens (bijna) perfect toekomstbeeld voor het juridisch onderwijs. Nog een beetje te vaag? Ik zal het uitleggen. Van de drie ogen die de onderwijzende hoogleraar aanschouwen zijn er twee van een man of vrouw in de veertig met een audiovisuele achtergrond, alles behalve een rechtenstudent. Het derde oog is dat van de camera die het college – het liefst live – opneemt om het vervolgens uit te zenden via de digitale onderwijsomgeving. Een soort Netflix voor wetgeving, jurisprudentie en rechtsbeginselen.

Het beeld is bijna perfect omdat een dergelijke exercitie natuurlijk niet daadwerkelijk in de collegezaal hoeft plaats te vinden, enige poëtische vrijheid mocht ik mezelf naar mijn mening wel gunnen. In een perfecte wereld heeft de juridische faculteit namelijk helemaal geen collegezalen meer.

Hoe realistisch mijn toekomstbeeld is weet ik niet. Aan de ene kant is het zo realistisch dat het bijna geen toekomstbeeld meer te noemen is; aan veel rechtenfaculteiten worden de colleges van een aantal vakken al opgenomen en naar mijn weten wordt hier veel en dankbaar gebruik van gemaakt door studenten. Aan de andere kant leidt dit nog tot alles behalve lege collegezalen. De videocolleges worden veel meer gebruikt als extra naslagwerk en kunnen het real life contact met de docent nog niet vervangen. Wat dat betreft zijn studenten volgens mij nog best traditioneel, het zit nog in de cultuur. Ik acht het dan ook zeker niet uitgesloten dat dit met nieuwe generaties studenten zal veranderen richting het hierboven geschetste beeld.

En waarom ben ik, als rechtenstudent, dan zo’n voorstander van videocolleges? Ten eerste omdat het bij nader inzien niet erg realistisch is om het idee van het hoorcollege helemaal af te schaffen. De belangrijkste reden is volgens mij echter dat de rechtenstudent steeds zelfstandiger wordt. We bepalen zelf wel hoe we het best studeren. Daarbij kan het hoorcollege voor velen van onschatbare waarde zijn, maar voor anderen blijkt het de moeite niet waard te zijn om ook maar naar de universiteit te komen. Een videocollege kan beter aansluiten bij de zelfstuderende student door interactief en met één druk op de knop beschikbaar te zijn. Voor universiteiten zal het videocollege uiteindelijk ook efficiënter zijn, omdat (grote) delen jaarlijks als herhaling uitgezonden kunnen worden. Daarom een pleidooi voor legere collegezalen!

Reacties

reacties